_SendXbrlMessage WebServicefunctie

Met _SendXbrlMessage kan een XBRL-bestand verstuurd worden. Het ontvangen kenmerk wordt in een string opgeslagen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van AstonaNetApi.dll. De functie resulteert in de waarde TRUE bij een uitgevoerde serviceaanroep; -1 bij een SOAP-fout, -2 bij een andere .NET-fout. 0 wanneer de modelaanroep niet kan worden uitgevoerd.

_SendXbrlMessage(ReferenceStringName, XbrlFileName, IdNumber, Role)
_SendXbrlMessage(ReferenceStringName, XbrlFileName, IdNumber, Role, MessageStringName)
_SendXbrlMessage(ReferenceStringName, XbrlFileName, IdNumber, Role, MessageStringName, SerialNr)

ReferenceStringName (MergedString)
In ReferenceStringName wordt de naam van een met String gedeclareerde variabele vermeld waarin het ontvangen kenmerk moet worden opgeslagen, in de vorm van een StringVarName.

XbrlFileName (MergedString)
In XbrlFileName worden het pad en de naam van het te verzenden XBRL-bestand vermeld.

IdNumber (MergedString)
In IdNumber wordt het identificatienummer voor de aanlevering vermeld.

Role (Expressie)
In Role wordt de rol bij de aanlevering opgegeven: 0 voor verantwoordingsplichtige, 1 voor intermediair en een andere waarde voor servicebureau.

MessageStringName (MergedString)
In MessageStringName wordt optioneel de naam van een met String gedeclareerde variabele vermeld waarin de status- of foutinformatie moet worden opgeslagen, in de vorm van een StringVarName.

SerialNr (MergedString)
In SerialNr wordt optioneel het serienummer van het te gebruiken certificaat vermeld.

Opmerking:
Geef Role expliciet op: de huidige modelparser leest IdNumber alleen als daarna een komma volgt. Controleer de service-informatie in MessageStringName voor de inhoudelijke status.

Zie ook: WebServicefuncties.