ControlEnable Controlfunctie

Met ControlEnable kan de bediening van een control in- of uitgeschakeld worden. De functie resulteert in de waarde TRUE indien de bewerking is uitgevoerd en anders in FALSE.

ControlEnable(ControlVarName, Enable)

ControlVarName (MergedString)
In ControlVarName wordt de naam van een met Control gedeclareerde variabele vermeld in de vorm van een VariableName.

Enable (Expressie)
In Enable wordt aangegeven of de control bedienbaar moet zijn. Met FALSE (0) wordt de bediening uitgeschakeld en met TRUE (1) ingeschakeld. Andere waarden ongelijk aan 0 schakelen de bediening eveneens in.

Opmerking:
De control moet al een Windows-venster hebben. De retourwaarde bevestigt dat de opdracht is uitgevoerd, niet de vorige enabled-status.

Voorbeeld:
{
 ControlEnable(Invoer,0)
}

Zie ook: Controlfuncties.